GEBIEDEN


Friesland heeft een grote verscheidenheid aan landschapsvormen. Van het wad in het noorden tot de beekdalen in de Stellingwerven. Alle landschapstypen zijn verschillend van aard en oorsprong. Klik op het gebied voor meer informatie.
De Bouhoeke is het gebied van de klei. Hier overheerst de akkerbouw. De streek in het noordwesten van de provincie dankt zijn vruchtbare bodem aan de zee.
Uitgestrekte weilanden kenmerken de Greidhoeke. Greide is dan ook Fries voor weiland. Het gebied ligt ongeveer tussen de lijn Leeuwarden, Harlingen, Sneek en Bolsward.
De Lege Midden ligt, zoals de naam al zegt, in het midden van Friesland. En ‘lege’ geeft aan dat het een laaggelegen gebied is. Het Friese woord ‘leech’ betekent namelijk laag.
Meer dan tweeduizend jaar geleden was het IJsselmeer nog land. Door de stijging van de zeespiegel ontstond een soort binnenzee: De Zuiderzee. Deze beukte tegen de Friese kust.
Vanuit de lucht ziet de Noordelijke Friese Wouden er uit als een lappendeken. Kleine stukjes land, met daaromheen elzensingels en dykswâlen.
Ze vormen een eenheid en zijn tegelijkertijd elkaar concurrenten: De elf Friese steden. In grootte verschillen ze enorm. Sloten is het kleinst, Leeuwarden het grootst.
Beboste heuvels en meren karakteriseren Gaasterland. Beide landschappen zijn in de IJstijd ontstaan. In de voorlaatste IJstijd, het Saalien, bereikten gletsjers uit Scandinavië de bovenste helft van Nederland.
De Zuidoosthoek van Friesland valt op door de bossen en heidevelden. Het grootste deel ervan is echter een beekdalgebied. Een uniek landschapstype in Friesland.
Het wad bestaat uit slikken, geulen, prielen en een lang lint van kale zandplaten en begroeide en bewoonde eilanden. Het is een van de grootste en meest markante wetlandgebieden van Europa.